• Beschrijving
  • Meer

Oorspronkelijk komen ze uit Australië, de Gouldsamadinen, maar zijn daar intussen zeer zeldzaam geworden omdat ze in de 50-er jaren van de vorige eeuw massaal gevangen en in grote aantallen naar Europa en Noord Amerika verscheept werden.

Al tijdens de vangst kwamen veel vogels om en velen lieten het leven tijdens het transport of overleefden de aanpassing aan de nieuwe leefomstandigheden niet. Schattingen gaven een indicatie dat voor elke vogel die het eerste jaar in gevangenschap overleefde er tot driehonderd het niet redden. Vanaf 1 januari 1960 werd de uitvoer vanuit Australië verboden wat niet wegneemt dat deze vogelsoort zich nog altijd in de gevarenzone bevindt.

Maar hier in de volière van Lilawadee doen ze het prima dankzij de ideale huisvesting met een gelijkmatige temperatuur en hoge luchtvochtigheid. Net als in hun thuisland waar ze in bescheiden kolonies broeden worden ze hier ook in een kleine zwerm van rond de 15 exemplaren gehouden.

Paring- en broedbereid zijn ze, de Gouldsamadinen en de mannetjes beginnen al op jonge leeftijd het baltsgezang te oefenen. Het is prachtig om te zien dat het baltsen van het mannetje regelmatig beantwoord wordt door een nestlokroep van het popje. De nieuwe generatie bedelt bij de ouders op luide toon om voedsel en ze worden nog lang na het uitvliegen gevoerd.

Onverschrokken en gulzig zijn de hagedissen die altijd weer een mogelijkheid zien om de kooi binnen te dringen en kennelijk de eieren van deze vink bovenaan op hun lievelingmenu hebben staan. Maar ook een jonge vogel is voor hen niet te versmaden. Gevangen hagedissen, door de Thai „Tingtkha“ genoemd, werden in het tegenover gelegen bos uitgezet maar vonden hun weg terug om de volgende dag weer „thuis“ te zijn. Nu worden ze een paar kilometer verder op aan het strand los gelaten maar........ze schijnen veel kindertjes te hebben.